Opvoeden binnen het virtuele milieu

Bescherming tegen mogelijke schade is noodzakelijk aangezien het vierde milieu onbedoeld een ‘opvoedende instantie’ is geworden (Delfos, 2009, p.5). Volgens Delfos schuilt hierin het gevaar van het virtuele milieu. De tv en computer zijn “opvoeders” geworden, terwijl dat niet de intentie is.

De verschillende programma’s en activiteiten die aangeboden worden zijn gericht op het verkopen van een product en niet op het opvoeden van een kind. Binnen het virtuele milieu is er dus niemand die de verantwoordelijkheid voor de vorming van het kind op zich neemt. Het kind is dan op zichzelf aangewezen en loopt daardoor mogelijk gevaar.

Een belangrijke vraag die gesteld moet worden als het gaat om mediagebruik is hoe kinderen adequaat kunnen worden bescherm tegen de negatieve invloeden van het virtuele milieu. De twee meest voor de hand liggende manieren om kinderen te beschermen zijn: 1) om ze beperkingen op te leggen, waardoor het kind geen toegang heeft tot de schadelijke inhoud en 2) kinderen bewuster te maken van de gevaren en ze tegelijkertijd handvatten aan te bieden waardoor zij de juiste keuzes kunnen maken wanneer zij media gebruiken. Ofwel: we moeten onze kinderen ‘mediawijs’ 1 maken.

Om dit proces bij kinderen te faciliteren hebben we de input van meerdere partijen nodig. Naast de overheid en landelijke instellingen, is er een belangrijke rol weggelegd voor ouders en professionals. Ouders hebben de eindverantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Zij leren hun kinderen welk gedrag acceptabel is en hoe zij zich de geldende normen en waarden eigen kunnen maken. Tevens zijn ouders verantwoordelijk voor het stellen van grenzen aan hun kinderen. Grenzen stellen is erg belangrijk als het gaat om mediagebruik. Jonge kinderen hebben te weinig kennis van de wereld om zonder bemoeienis van de ouders te bewegen in het virtuele milieu. Door grenzen te stellen leren kinderen binnen welke kaders zij zich in het virtuele milieu mogen bewegen. Echter zijn niet alle ouders in staat om hun kind hierin te begeleiden. Ze hebben daarvoor hulp nodig en wenden zich dan tot professionals, waaronder pedagogen.

Volgens Nikken (2013) moet er nog veel georganiseerd worden om een goede professionele opvoedingsondersteuning rond mediaopvoeding 2 te bereiken (op cit. NJI, 2013 p,8). Hij stelt dat er een gebrek aan gestructureerde informatie voor professional is als het gaat om; risico’s van mediagebruik, effectieve media-opvoedingsstrategieën en bruikbare tools die ingezet kunnen worden om mediagebruik door kinderen te beheersen. Het professionaliseren van professionals ten aanzien van mediagebruik is noodzakelijk gezien de sterk gedigitaliseerde kennismaatschappij waarin we leven. Kinderen zullen binnen deze maatschappij steeds meer en steeds vaker blootgesteld worden aan mogelijke negatieve invloeden. Ouders zullen bovendien vaker een beroep doen op professionals als het gaat om mediaopvoeding.

Lees verder: