Onderwijs en het Virtuele Milieu

Social media worden steeds vaker ingezet in het onderwijs als middel om het leren te bevorderen. In dit verband wordt er echter gesproken van de inzet van informatie-en communicatietechnologie. Ook wel basisvaardigheden in de huidige ICT-gedomineerde samenleving genoemd (KNAW, 2012). Stichting Leerplanontwikkeling (2007) stelt dat burgerschap onlosmakelijk verbonden is met mediawijsheid en het leren omgaan met media om te kunnen functioneren in de digitale samenleving. Naar hun mening dient het onderwijs, en in het verlengde daarvan onderwijsinstellingen, een visie te ontwikkelen met betrekking tot ICT en de mogelijkheden die dit biedt om leerprestaties te verbeteren. Kester en Merrienboer (2013) delen deze mening en vullen aan door te beschrijven hoe ICT in het onderwijs werkt en hoe multimediale leerbronnen afgestemd op het leren effectief kunnen zijn. Als deze veronderstellingen kloppen, zal dat betekenen dat docenten studenten intensief zullen moeten begeleiden bij het verwerven van ICT-vaardigheden zodat zij voldoen aan de eisen die worden gesteld door de kennismaatschappij. De vraag blijft echter hoe? Studenten ontwikkelen zich als individu, als lerende, als werknemer en als burger. In elk van deze rollen krijgen zij te maken met technologische ontwikkelingen en de mogelijke invloed daarvan op hun leven. Als we willen dat studenten kunnen functioneren in de kennismaatschappij moeten ze over deze 21st century skills beschikken. Aan ons als onderwijsmakers dan de taak om te bedenken hoe het onderwijs vormgegeven moet worden om de ontwikkeling van 21st century skills, alsmede ICT vaardigheden, te bevorderen..

De situatie is echter complex door de verschillende ‘niveaus’ van ICT-vaardigheden. Volgens Boswinkel en Schram (2011) wordt er bij ICT vaardigheden een onderscheid gemaakt tussen informatievaardigheden, ICT-geletterdheid en technologische geletterdheid. Informatievaardigheden hebben te maken met de capaciteit om informatie op een efficiënte en effectieve manier te vinden, te gebruiken en te evalueren. ICT-geletterdheid verwijst naar het effectief en efficiënt gebruik van technologie. Bij technologische geletterdheid gaat het om het vermogen om technologie te begrijpen, te gebruiken en te evalueren, evenals om technologische principes en strategieën te begrijpen die nodig zijn om oplossingen te bedenken en doelen te realiseren (Voogt & Pareja, 2010). Mediagebruik in het onderwijs moet ook deze aspecten dekken om studenten op te leiden tot professionals die in het bezit zijn van 21st century skills. Daarnaast moet er gewaarborgd worden dat onderwijzen in het onderwijs centraal staat (Biesta, 2012).

De toetreding van het virtuele milieu binnen het onderwijs vraagt om een professionaliseringstraject voor docenten. De rol van de docent in het onderwijskundig proces is en blijft cruciaal. Docenten die ICT als didactisch middel in het onderwijs inzetten, moeten volgens Ertmer (2010) over vier kerneigenschappen beschikken, namelijk: kennis, geloof in eigen kunnen of eigen effectiviteit, onderwijskundige overtuiging, en de mate waarin hij of zij wordt beïnvloed door de cultuur van de onderwijsorganisatie (op cit. Fransen, Bottema, van Goozen, Swager en Wijngaards, 2011). Er zijn geen eenduidige kaders voor hoe dit bewerkstelligd moet worden. Dit betekent dat alle belangrijke stakeholders in het onderwijs zullen moeten samenwerken om beleidskaders en afspraken te maken.

Lees verder: