De pedagoog en het virtuele milieu

Ook pedagogen in opleiding moeten kundig worden in het ondersteunen van ouders ten aanzien van mediaopvoeding. Anderzijds moeten zij in staat zijn om social media in te zetten als instrumenten bij opvoedingsvoorlichting en opvoedingsondersteuning. Daarnaast maken media tegenwoordig onderdeel uit van het onderwijs. Steeds vaker worden media ingezet als didactisch middel. Er is dat geval specifiek aandacht voor manieren om studenten de zogeheten ‘21st century skills’ aan te leren. Hiermee worden de kennis, vaardigheden en attitudes bedoeld die studenten (professionals in opleiding) nodig hebben om te kunnen functioneren in de kennismaatschappij (Trilling & Fadel, 2009). Het onderwijs staat hierdoor voor de uitdaging om curricula te ontwikkelen die aankomende professionals (pedagogen) in staat stellen om enerzijds te kunnen functioneren in de steeds veranderende digitale wereld en anderzijds om opvoedingsondersteuning bij mediaopvoeding aan te bieden.

De opleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam (h)erkent deze uitdaging en heeft een eerste poging gedaan om tot een module te komen om studenten voor te bereiden op het opvoeden binnen dit nieuwe milieu. Het doel van de module is tweeledig. Aan de ene kant is het de bedoeling om studenten mediawijs te maken. Mediawijsheid heeft volgens de Raad van Cultuur (2005) betrekking op alle burgers in de digitale samenleving en wordt omschreven als “het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.” Het is nodig om goed te kunnen functioneren, goed te kunnen participeren en het nodigt uit tot het produceren en publiceren van content. Kortom, mediawijsheid bevordert de participatie als volwaardig burger in de huidige kennismaatschappij. Aan de andere kant is het belangrijk om studenten voor te bereiden op een arbeidsmarkt die vraagt om competenties waar de kennismaatschappij behoefte aan heeft, namelijk de 21st century skills (Trilling & Fadel, 2009). Volgens Voogt en Pareja (2010) zorgen de omvangrijke technologische ontwikkelingen er voor dat er economische en sociale veranderingen in de maatschappij plaatsvinden. Deze veranderingen zijn op hun beurt de drijfkracht voor de ontwikkeling van 21st century skills. Tevens geven Voogt en Pareja aan (2010, p.10) dat digitale of “ICT competenties centraal staan als het gaat om de verwerving van 21st century skills”. Studenten die onder andere deze digitale competenties beheersen zijn (beter) voorbereidt op de kennismaatschappij.

De uitdaging voor de ontwikkelaars van de module Social Media lag niet alleen in het aanleren van digitale of ICT competenties. Er moest ook worden nagedacht over waar jongeren desbetreffende competenties het beste konden verwerven (Voogt & Pareja, 2010). Om 21st century skills te beheersen moeten studenten ook actief worden betrokken bij hun eigen leerproces. Hiertoe dient de traditionele verantwoordelijkheid die docenten en studenten in het onderwijsproces hebben anders te worden vormgegeven.

De keuze om deze module te ontwikkelen ligt allereerst in het eerdergenoemde belang om aandacht aan mediawijsheid en social media in het onderwijs te besteden. Naast aandacht besteden aan deze zaken is het ook belangrijk dat studenten zelf kennis en inzicht krijgen in mogelijkheden en risico’s die het gebruik van (social) media met zich mee kan brengen. Om dit voor elkaar te krijgen doen studenten tijdens de module oefeningen die hun bewustwording over het gebruik van social media vergroot. Ze worden zich bijvoorbeeld bewust van hun ‘behoefte’ om steeds “connected” te zijn. Een proces dat in het eerste opzicht moeiteloos lijkt, maar dat in werkelijkheid totaal niet is (Nelis & Van Sark, 2010). Studenten krijgen ook inzicht in de rol die social media in hun eigen leven spelen. Ze worden uitgedaagd om na te denken over de kansen en bedreigingen van het gebruik van social media. Hun begrip van kansen en risico’s is essentieel wanneer zij in hun toekomstig beroep preventief willen optreden, voorlichten en ondersteunen. Het tweede doel van de module wordt gerealiseerd door de aandacht van studenten te verleggen naar (jonge) kinderen en opvoeders, zodat ook zij zich bewust worden van de mogelijkheden en risico’s van het gebruik van social media. Thema’s die aan bod komen binnen de module zijn onder andere: digitaal pesten, bewustwording van bescherming van privacy, de omgang met en het gebruik van sociale netwerken en de creativiteit die social media bieden. Studenten gaan ook op onderzoek uit om in kaart te brengen wat de kansen en risico’s die sociale media met zich meebrengen precies inhouden. Andere opdrachten lichten het mogelijke verband tussen het gebruik van social media en de ontwikkelingsfase van een kind toe. Deze opdrachten zorgen ervoor dat studenten zich bewust worden van de rol die zij als toekomstig pedagoog hebben als het gaat om het adviseren en ondersteunen van ouders ten aanzien van het gebruik van social media bij (jonge) kinderen. De module beoogt ook dat het bewustwordingsproces bij studenten door de module social media hen ‘triggert’ om op zoek te gaan naar instellingen waarbij zij hun opgedane kennis en vaardigheden kunnen inzetten ter preventie van (mogelijke) schadelijke effecten van het gebruik van social media. Tevens laat de module zien hoe professionals door gebruik te maken van social media in contact kunnen komen met kinderen en opvoeders in het kader van opvoedondersteuning. Ze ervaren hoe social media een prima middel kunnen zijn om ouders met opvoedvragen of problemen te ondersteunen. Studenten sluiten de module af door middel van een adviesrapport aan de instelling waarbinnen zij stage lopen. Hiertoe nemen studenten interviews af om het social mediagebruik binnen de beroepspraktijk in kaart te brengen. De resultaten van hun onderzoek worden geanalyseerd en verwerkt in het adviesrapport. Naar aanleiding van hun bevindingen formuleren zij een advies met betrekking tot de inzet van social media in de beroepspraktijk. Ook schrijven en delen studenten een leerwinstverslag waarin terug te zien is hoe verschillend de beroepspraktijk omgaat met sociale media.

De eerste evaluaties van de module laten een positieve ontwikkeling zien. Studenten geven aan dat hun ogen zijn geopend. Anderen geven aan social media te (willen) betrekken in hun derdejaars stage. Weer andere studenten ontwikkelen workshops die ze verzorgen voor jongeren. Ook worden er voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd binnen de stage instellingen over het gebruik van social media. Ondanks de positieve resultaten is er nog een (lange) weg te bewandelen. Want, social media hebben ook een andere waarde voor het onderwijs, namelijk de inzet van social media als digitale, didactische middelen.

Lees verder: