10 TOOLS en Apps voor onderwijs

10 APPS / TOOLS en andere experimenten met ICT die ik heb gebruikt in het onderwijs vanaf 2009 tot heden. 

Mijn motto: Eerst het onderwijs doel en daarna volgt de tool!

“10 TOOLS en Apps voor onderwijs” verder lezen

Lees verder:

10 pijlers voor ICT voor het leren

Gezien het praktijkprobleem is bekeken welk wetenschappelijke bewijs er te vinden was op het gebied van de beschreven pijlers van digitale didactiek die Simons (2003) en Rubens (2013) verbindt aan ICT. De 10 pijlers zijn gekoppeld aan wetenschappelijke voorbeelden wat er bereikt kan worden als ICT voor het leren toegepast wordt in het onderwijskundig ontwerp. De voorbeelden, uitgevoerd in verschillende wereldwijd opleidingen in het hoger onderwijs bewijzen de effecten van het ICT gebruik voor het leren van studenten.

  1. Relaties leggen: ICT kan de muren laten wegvallen waardoor er andere onderwijsomgevingen kunnen ontstaan. Men kan dan denken aan onder andere leer/werkplaatsen waarin authentiek leren centraal staat: de zogenaamde “community of practise” waarbij studenten, docenten en mensen uit de praktijk kennis vergaren die door ICT sterk ondersteund kunnen worden. Didderen & Verjans (2012) beschrijven in hun artikel de vele mogelijkheden van Open Educational Recources (OER’s) bieden. Dit zijn online learning netwerken waar ieder van gebruik kan maken.
  1. Creëren: hiermee wordt het creëren van nieuwe kennis bedoeld dat kan ontstaan door samenwerkend leren met behulp van ICT. In het Engels wordt dit Computer Supported Collaborative Learning (CSCL) genoemd. Dit, samen met Argumentation Based Computer Supported Collaborative Learning (ABCSCL), waarbij studenten in een academische leeromgeving onderwezen worden in het redeneren en argumenteren in een domein specifieke situatie, maakt dat het delen van kennis en het samen construeren van kennis het leren bevordert (Noroozi, 2013). Een voorbeeld zijn Massa Online Open Courses (MOOC’s) cursussen die tot op heden door een inhoudelijk expert worden gegeven waarbij de inschrijving over de hele wereld geopend is en de cursus al dan niet eerst door een weblecture wordt aangeboden, met vaak een chatsessie achteraf waarin nog vragen ter verduidelijking kunnen worden gesteld.
  1. Naar buiten brengen: lerenden raken nog gemotiveerder als zij hun leeropbrengst naar buiten kunnen brengen. Met behulp van ICT kunnen studenten er voor kiezen hoe zij hun ontworpen producten publiceren. Voorbeelden hiervan zijn online lees- en/of schrijfgroepen en virtuele miniondernemingen waarbij de leeropbrengst weer voor en door andere lerenden kan worden gebruikt.

Met behulp van digitale tools zoals Facebook, WordPress, Whatsapp en Twitter kunnen individuen snel publiceren in korte teksten, foto’s, video’s en bijlagen toegangelijk maken via ‘links’ waarop doorgeklikt kan worden.

  1. Transparant maken: hierbij geeft Simons (2003) aan dat de denk- en samenwerkingsprocessen tussen studenten onderling beter inzichtelijk gemaakt kunnen worden met behulp van ICT omdat het handvatten aanreikt om ook het leerproces van de student inzichtelijk te maken. Bijvoorbeeld met behulp van het meten en verzamelen van ‘learning analytics’, die gemaakte opdrachten van studenten weergeven in een virtuele leeromgeving, wordt het inzichtelijk hoe leeractiviteiten ondernomen worden en wat uitslagen van formatieve en summatieve toetsing zijn. Hier kunnen docenten patronen mee ontrafelen die inzicht geven in het leerproces van de student. Hierop kan vervolgens individueel gerichte ondersteuning plaatsvinden.
  1. Leren leren bevorderen: Studenten kunnen zich ontwikkelen tot professionals als zij in onderwijskundige settings de opbouw van argumentaties en het voeren van gezamenlijke discussies al aangeleerd krijgen. Ze zijn dan bezig met het oplossen van complexe vraagstukken; hiermee wordt de metacognitieve ontwikkeling gestimuleerd (Noroozi, 2013). Shieh (2012) beschrijft bijvoorbeeld in een artikel haar bevinden op het gebied Technology Enabled Active Learning (TEAL). Ze laat hiermee zien hoe digitale didactiek, mits een juiste manier ingezet, activerend onderwijs kan ondersteunen.
  1. Competenties centraal stellen: Het werken aan kennis, houding en vaardigheden kan in beeld gebracht worden middels een portfolio dat bestaat uit toetsen, werkstukken, feedback van medestudenten en begeleiders, foto’s en video’s. Een voorbeeld is de Virtual Action Learning (VAL) waar onder andere de opleiding Verpleegkunde op de Hogeschool Rotterdam mee werkt. In zeven tot tien stappen kan de student middels e-learning zijn leerproces in kaart brengen. Neo (2012) onderstreept hoe multimedia activiteiten en ICT (in een Multimedia Web Learning Environment, MWLE) de student uitdaagt in zijn leerproces als deze gebruik maakt van activiteiten waarbij er iets te ontdekken valt voor de student. Het artikel beschrijft ook authentiek leren waarbij participatie in virtuele community’s of practices een hulpmiddel kan zijn bij het leren.
  1. Flexibiliteit bevorderen: buiten het feit dat studenten met verschillende devices op verschillende plaatsen en tijden kunnen leren wijst Simons op verschillende vormen van sturing. Strakke sturing, waar mee bedoeld wordt vaste lessen op vaste tijden op een vaste plaats; gedeelde sturing, waarbij lerende en begeleiders samen bepalen waar het leren plaats vindt; als derde losse sturing, waarbij lerende zelf hun leerweg vormgeven om competenties te behalen. ‘Flipping the classroom’ is een vorm van blended learning waar tegenwoordig veel over gepraat, geschreven, gefacebooked en getweet wordt (Beuving, Van Geijn & Salden, 2013). In het kort komt het hier op neer dat informatie van een expert, een docent, niet voor de klas eenmalig wordt toegelicht. Flipping the classroom wil toe naar maatwerk constructie, wat zoveel betekent, dat binnen het samenwerkend leren de instructie van de docent in groepjes gegeven wordt. Een deel van de les wordt online aangeboden en hier komt de vorm van blended learning om de hoek kijken. Flipping the classroom is ontstaan in de Verenigde Staten en werd populair toen twee docenten op hun website erover begonnen te schrijven (Bergmann & Sams, 2012). Ze begonnen met het opnemen van hun natuur- en scheikundelessen en hun achterliggend idee was dat de lerende meer regie zou krijgen over hun eigen leerproces en het tempo waarin geleerd werd. Daarnaast zijn studenten hierdoor actief bezig met de lesstof. En dat is de kern: een “omgekeerde les” waarbij leren een diepere betekenis krijgt door het actief je verdiepen in de lesstof, waardoor lerende de lesstof echt gaan begrijpen en beheersen. In Nederland wordt hier op Twitter en op congressen op dit moment veel aandacht aan besteed. Als dit voorbeeld uitvergroot bekeken wordt dan betekent dit dat verschillende onderdelen uit een curriculum online geplaatst kunnen worden waarbij studenten op verschillende manieren, al dan niet zelfstandig, hun leertraject doorlopen.
  1. Selectieve informatiereductie mogelijk maken: mobiele technologie leidt tot een nog grotere flexibiliteit in tijd- en plaats ongebonden leren, maar ook dat de lerende hiermee beter patronen leert te herkennen, en leert efficiënter om te gaan met massa’s informatie (selectieve informatiereductie) waarbij een onderscheid in relevante informatie aangeleerd dient te worden. In hun artikel over Evidence Based doceren in het Hoger Onderwijs met ICT bespreken Van den Berg en Kirschner (2012) het zogenaamde TPACK model (Technical PAdagogical Content Knowledge). Een korte toelichting op het model houdt in dat een docent zijn vakinhoudelijk kennis op een pedagogische manier combineerd met technologie. De digitale didactiek wordt op zo’n manier ingezet dat de vakkennis technologisch ondersteunt wordt. Tegleijkertijd wordt een docent zich bewust van zijn eigen kennis en vaardigheden in het gebruik van ICT en hoe hij met behulp van ICT zijn vakkennis op pedagogisch digitale didactische manier kan inzetten.
  1. Multimedia beter en gebruiksvriendelijker binnen leeractiviteiten integreren:

Geheel of gedeeltelijk digitaal onderwijs ontwerpen vraagt om nieuwe benaderingen en nieuwe competenties. Rubens’ (2013) redenering is dat als lerende, rekening houdend met voorkennis en leerbehoeften, in hun eigen tempo kunnen leren, dit een meer individuele aanpak vergt en dus een andere didactiek. Individueel moet hierbij niet verward worden met alleen of eenzaam. Nieuwe trends op het gebied van ICT en leren bieden de mogelijkheid om authentieke, betekenisvolle en uitdagende leerstof te ontwikkelen en te gebruiken. Nieuwe visies en stappen zijn gezet om het ontwikkelen van kwalitatief goede content sneller te ontwikkelen en te zorgen dat het up-to-date blijft in een virtuele leeromgeving, al dan niet met het gebruik van ebooks. In een uitgebreide publicatie stelt Vandeput (2011) dat er sprake is van (geïntegreerd) gebruik van ICT als er doordachte koppelingen worden gemaakt en expliciete aandacht wordt besteed aan onderwijskundige ontwikkelingen zoals aantrekken van en tegemoet komen aan specifieke doelgroepen, levenslang (open en flexibel) leren, aan de didactiek met aandacht voor adaptief onderwijs, flexibiliteit in het leerproces, aan de onderwijsadministratie en de planning en logistiek van een opleiding, aan het HRM-beleid van de instelling (functioneringsbegeleiding, aanwervingsproblematiek en professionalisering van medewerkers) online summatief examineren en formatief toetsen en bovenstaand gekoppeld aan technologie waarbij je ontwikkelingen en toepassingen moet onderhouden (Vandeput, 2011).

  1. Social media: omdat social media steeds vaker voor leren wordt gebruikt rechtvaardigt dit een vermelding als tiende pijler van digitale didactiek (Rubens, 2013). Social media appelleren sterk aan gevoelens van autonomie “het zelf willen doen wanneer het de lerende uitkomt’ , het gevoel van competent voelen en aan het gevoel van sociale verbondenheid. Zoals Deci en Ryan (2009) beschrijven, bevorderen deze factoren de intrinsieke motivatie en daarmee indirect ook de leerprestaties.

Lees verder:

Organisatiefactoren bij ICT voor het leren

1 Sociaal constructivistische visie
Als er sprake is bij docenten van een gedeelde sociaal constructivistische visie kan het ICT gebruik daadwerkelijk leiden tot een verandering in het gebruik van de digitale didactiek. Zoals een klassikale traditionele aanpak van het onderwijs nu nog leidt tot licht ICT gebruik kan een gedeelde onderwijskundige visie en opvattingen in het gebruik leiden tot het daadwerkelijke toepassen van ICT voor het leren. Een gedeelde onderwijskundige visie gaat over de waarde en het belang die docenten persoonlijk hechten aan ICT voor het leren van studenten 1 Verder lijkt het gebruik van ICT voor het leren af te hangen van de bereidwilligheid van het gehele team van docenten, om te veranderen. Is het hele team erbij betrokken dan is de veranderbereidheid groter omdat er dan sprake is van het delen van een onderwijsvisie. 2 Veel ICT- toepassingen spelen in op de individuele docent waardoor deze een vergrotende werking heeft op eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor het leerproces bij studenten. Er is een relatie tussen een meer constructivistische onderwijsopvatting en de inzet van ICT bij leerprocessen. 3

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
Een gedeelde social constructivistische onderwijsvisie leidt tot: Geen gezamenlijke gedeelde onderwijskundige visie.
verandering in het gebruik van digitale didactiek omdat: Een klassikale, traditionele aanpak van het onderwijs leidt enkel tot licht ICT gebruik.
het gehele team zich betrokken voelt.
Er wordt een beroep gedaan op eigenaarschap en persoonlijke betrokkenheid van docenten op het gebied van ICT voor het leren.

2. De plaats van ICT in het onderwijsbeleid
Hiermee wordt bedoeld of er een gedeelde onderwijskundige visie is opgenomen in het beleid waarin de werkwijze en omgang op het gebied van ICT staat beschreven 4

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
Er is binnen de organisatie een gezamenlijk ICT beleid;  Geen ICT beleid.
of een handelingsprotocol; Geen handelingsprotocol.
waarin de werkwijze en omgang over ICT beschreven staat. Geen inspraak in beleid.

3. De onderwijscultuur
Hiermee wordt bedoeld in hoeverre het ICT gebruik aansluit bij het gebruik van de didactiek in de onderwijsorganisatie. Daarnaast wordt hiermee bedoeld in hoeverre het ICT gebruik en didactiek met elkaar geintegreerd zijn. De onderwijscultuur van de organisatie blijkt een bepalende factoren te zijn en van invloed bij het gebruik van ICT voor het leren (Drent, 2005; Fransen et al., 2011).

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
– Er wordt binnen de organisatie aandacht besteed aan docenten hoe zij ICT voor het leren kunnen laten aansluiten bij didactiek – Geen bespreking of beschrijving hoe ICT kan aansluiten bij de didactiek

4. De infrastructuur
Hiermee wordt de ondersteuning bedoeld die werd ervaren als er problemen waren bij het gebruik van ICT en tevens hoe snel deze problemen warden opgelost. Daarnaast wordt hiermee bedoeld wat er aanwezig is aan ICT (hardware en software) en welke tekortkomingen er zijn op dit gebied. De infrastructuur op het gebied van ICT blijkt een bepalende factoren te zijn en van invloed bij het gebruik van ICT voor het leren. 5

Bevordering ICT voor het leren  Belemmering ICT voor het leren
Ondersteuning bij het gebruik van digitale didactiek.  Geen ondersteuning bij het gebruik van digitale didactiek.
Ondersteuning bij technische problemen. Geen oplossing bij technische problemen.

Onderwijsbeleid, de onderwijscultuur van de organisatie en de infrastructuur op het gebied van ICT blijken bepalende factoren te zijn en van invloed bij het gebruik van ICT voor het leren 6

5. Transformationeel Leiderschap
Dit blijkt waardevol te zijn voor ICT gebruik voor het leren waarbij docenten zich gemotiveerd voelen door een coachend leiderschap. Hierbij zijn zowel de materiele condities geschapen, krijgen docenten tijd en ruimte om te experimenteren. Als docenten zich gemotiveerd voelen leidt dit tot een gemeenschappelijk doel 7

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
Er wordt vanuit de organisatie coachend leiderschap (McKinsey zd) ontwikkelt richting een gedeelde gezamenlijke visie (Fransen et al., 2011). Er is vanuit de organisatie geen aandacht voor een gedeelde visie.
Er is sprake van coachend leiderschap in het motiveren en evalueren van resultaten en successen van ICT voor het leren (McKinsey, zd). Er is vanuit het leiderschap geen stimulans, aandacht, tijd, geld, middelen of faciliteiten om te experimenteren met ICT voor het leren.
Er is sprake vanuit leiderschap voor stimulans in het gebruik van ICT voor het leren (Grit, 2011).
Er is vanuit leiderschap aandacht voor ICT voor het leren (Fransen et al., 2011).
Er wordt vanuit leiderschap tijd, geld, faciliteiten en middelen voor docenten top-down vastgesteld om te experimenteren met ICT voor het leren (Grit, 2011).

 

Lees verder:

Docentfactoren bij ICT voor het leren

1. Persoonlijke visie of persoonlijke opvattingen van docenten op/over het belang van ICT
Het blijkt dat docenten die ICT gebruiken een intrinsieke noodzaak of ‘urge’ hiervan ervaren. Als docenten ICT gebruiken blijkt er sprake van reflectie op de eigen werkzaamheden. Ook is er sprake van acceptatie van het ICT gebruik. Als er bij docenten het gevoel van ‘de kunst afkijken’ ontstaat, groeit de persoonlijke interesse en ontstaat er een ‘wij-gevoel’ in het team. 8

Bevordering ICT voor het leren van studenten  Belemmering ICT voor het leren
Er is sprake van reflectie op eigen werkzaamheden. Allerlei verschillende negatieve emoties die docenten delen met elkaar
Er is sprake van acceptatie van ICT gebruik.
Er is bij docenten het gevoel van ‘de kunst afkijken’ bij elkaar, waarbij leren door te doen de persoonlijke interesse vergroot en een ‘wij-gevoel’ team ontstaat.
Docenten die ICT gebruiken ervaren een intrinsieke noodzaak of ‘urge’.

2. De rol en de functie van een docent speelt een rol. 
Als blijkt dat persoonlijk ondernemerschap en het experimenteren door de docent niet geschuwd wordt en wanneer een docent een persoonlijke ambitie weet te concretiseren in zijn eigen onderwijspraktijk 2

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
Er is sprake van ondernemerschap bij een docent, waarbij: Het delen van negatieve opvattingen over ICT voor het leren.
– een docent een persoonlijke ambitie kan concretiseren, De verspreiding van angst en onzekerheid onder docenten.
– docenten bij elkaar de kunst kunnen afkijken,
– docenten het lef hebben en durven te experimenteren.

3. Kennis, vaardigheden en houding ten opzichte van ICT.
Hiermee wordt de kennis bedoeld die betrekking heeft op het technische en didactische gebruik. Er is sprake van een relatie tussen

A) de kennis, vaardigheden en houding ten opzichte van ICT, en
B) het vertrouwen of geloof in eigen kunnen in de toepassing van ICT 3
Een aanvulling wordt gevonden in
C) de tevredenheid in het gebruik van ICT programma’s door Taris et al., (2012).

Bevordering ICT voor het leren  Belemmering ICT voor het leren
Er is sprake van kennis en vaardigheden voor zowel de techniek als didactiek van ICT. Angst en onzekerheid in ICT gebruik voor het leren wat de angst om te vernieuwen vergroot.
De docent is tevreden over beschikbare programma’s. Geen ICT programma’s ter beschikking hebben.

4. Het geloof in eigen kunnen en het zelfvertrouwen in het ICT gebruik.
Dit gaat over ICT gebruik waarmee de docent zich vertrouwd voelt 4

Bevordering ICT voor het leren Belemmering ICT voor het leren
Docenten geven aan dat hun kennis en vaardigheden geschoold moeten worden op het gebied van ICT. .Niet vertrouwd zijn met computergebruik.
Door experimenten waar docenten in geloven groeit het zelfvertrouwen en het geloof in eigen kunnen.
Vertrouwen hebben om erin te slagen ICT gebruik nu en in de toekomst te kunnen toepassen.

 

Lees verder:

Aanbevelingen voor een curriculumcommissie

  • Onderwijskundige opdrachten te verspreiden waarbij gebruik gemaakt wordt van nieuwe onderwijskundige ontwerpmodellen;
  • Aan de hand van de behaalde leerdoelen kan bekeken worden bij welke module ‘buiten de klas’ gewerkt kan worden;
  • Bij een opdracht kan een digitale toepassing/ digitale didactiek verwacht worden waar tevens ondersteuning voor geboden wordt;
  • De commissie doet er goed aan opdrachten te verspreiden aan teams van docenten in plaats van één module/cursusbeheerder;
  • Docenten te ondersteunen door de gemaakte toetsen te screenen op mogelijkheden tot digitaal toetsen (examencommissie);
  • Vertraagde studenten meer digitale toetsen aan te bieden, vaker formatief zowel ter ondersteuning aan de leerstof als summatief (examencommissie);
  • De commissie doet er goed aan in de verstrekte opdracht te verweven dat de student meer regie en verantwoordelijkheid over het eigen leerproces kan nemen door ruimte te laten voor leerdoelen opstellen en een inbreng in toetsing.

Lees verder:

Aanbevelingen voor het management

  • Het is ten sterkste aan te bevelen om tegemoet te komen aan de wensen van docenten om de digitalisering in de maatschapij bespreekbaar te maken tijdens teambijeenkomsten;
  • Docenten zijn over het algemeen nieuwgierig naar oorzaken en gevolgen van ICT voor het leren hierover maar willen hierover goed geinformeerd worden;
  • Docenten geven aan behoefte te hebben aan kennis en vaardigheden op het gebied van ICT voor het leren;
  • Docenten hebben behoefte aan intensieve scholing op het gebied van ICT voor het leren.
  • Vanuit de opgebouwde kennis over ICT voor het leren is het aan te raden toe te werken naar een gezamenlijke, gedeelde onderwijskundige visie op het gebied van ICT voor het leren;
  • Docenten hebben behoefte aan veiligheid omdat de angst voor ICT voor het leren (extreem) hoog is, hierdoor is aan te raden om een gezamenlijk team leren in gang te zetten;
  • Aan te raden is om dit tweeledig in te zetten;
    1. enerzijds door best-practisen te laten delen door ‘early adaptors die hierdoor gezien en gehoord worden;
    2. anderzijds willen docenten begeleiding bij hun onderwijskundig ontwerp;
  • Docenten hebben behoefte om te leren in kleine teams waarbij docenten zelf het onderwijs ontwikkelen waarbij docenten op ideeen worden gebracht op het gebied van ICT voor het leren. In kleine groepen kunnen experimenten uitgeprobeerd worden wat het gevoel van veiligheid vergroot;
  • Docenten hebben behoefte aan een menselijke ondersteuning in de vorm van experts die hen begeleid bij de keuze van (digitale) didactiek waarbij het motto is; eerst het onderwijsdoel en vervolgens de digitale tool;
  • Het is aan te bevelen vanuit leiderschap op dit onderwerp om docenten te begeleiden vanuit een transformationeel leiderschap. Dit houdt in dat docenten aangemoedigt, gemotiveerd, gecoacht en gestimuleerd worden bij het gebruik van ICT voor het leren.

Lees verder:

Aanbevelingen voor directie

  • Alle opdrachtgevers doen er goed aan een transformationeel leiderschap op het gebied van ICT voor het leren te hanteren. Dat kan door docenten te stimuleren, motiveren en ondersteunen op het gebied van ICT gebruik waardoor het zelfvertrouwen en het geloof in eigen kunnen wordt vergroot;
  •  De opdrachtgever doet er goed aan een ‘statement’ uit te spreken op het gebied van ICT voor het leren van studenten voor voorlopig de aankomende twee jaar;
  • De opdrachtgever doet er goed aan naast de beschrijving in Koersen op de Toekomst, wat betreft uitgangspunten en didactische visie, om smartgeformuleerde doelen op te stellen en te communiceren met het docententeam;
  • De opdrachtgever is zich bewust uit onderzoek wat consequenties zijn voor studenten als de aansluiting bij de digitalisering in zowel het beroepenveld als de maatschappij gemist wordt;
  • Docenten zijn primair verantwoordelijk voor het onderwijskundig ontwerp. Voor docenten moet de mogelijkheid gecreeert worden om de digitalisering in de maatschappij op basis van zowel theoretische onderbouwing als voorbeelden bespreekbaar te maken. Hiervoor zijn de 10 pijlers van Simons (2003) en Rubens (2013) een goed uitgangspunt;
  • De opdrachtgever kan een proeftuin of experiment aangaan met leer-didactische – en samenwerkingsprincipes zoals geschetst in De 21st eeuw Campus (Houwers & Veltman van Vugt, 2014);
  • Met name het onderwijskundig ontwerp met leer-didactische en samenwerkingsprincipes behoeft aandacht. Docenten hebben weinig weet van – en het aanleren van – het toenemend belang van conceptuele- en meta-cognitieve kennis, houding en vaardigheden bij studenten;
  • Het verschil in informatievaardigheden, ‘digitale geletterdheid’ behoeft meer aandacht nu blijkt dat Nedeland hier laag op scoort (Meelissen et al., 2014);
  • ICT voor het leren impliceert dat ICT gekozen wordt op basis van leerprincipes, docenten moeten geschoold worden op leer-didactische en samenwerkingsprincipes in de 21st eeuw;
  • ICT voor het leren vraagt om een ICT handelingsprotocol waarin docenten hun opvattingen en visie delen waardoor er een gezamenlijk gedeelde en dus gedeelde visie ontstaat;
  • De directie kan inzichtelijk maken aan het onderwijsmanagement en docententeam dat er tijd op PTD, geld, faciliteiten (experts en ondersteuning, scholingsbijeenkomsten, debat en het beschikbaar stellen van ICT- programma’s) en middelen (smartphones, laptops, downloaden App’s) beschikbaar zijn voor docenten die aangeven hier behoefte aan te hebben voor het onderwijs;
  • Als er ruimte gecreerd wordt voor docenten om te experimenten groeit het zelfvertrouwen in het geloof in eigen kunnen wat de handelingsbekwaamheid vergroot;
  • • Een opdracht voor vervolgonderzoek te formuleren bij de overige drie bacheloropleiding ISO.

Lees verder:

De campus van de 21st eeuw in een nieuw jasje!

In het Vlaamse Magazine RUIMTE is in juli 2015 het themanummer “School Maken” verschenen met de aangepaste 21ste eeuw campus.
De 21st eeuw Campus is specifiek ingericht om betekenisvolle programma’s interactief aan te bieden waarbij leerlingen/studenten via uitdagende didactische principes (zoals interactieve games, puzzels en simulaties) 21ste eeuw competenties verwerven en toepassen.
De campus is verduidelijkt met een aantal symbolen die het leren met ICT voor leerlingen/studenten meer inzichtelijk wil maken.

Als hulpmiddel voor de toepassing van ICT voor het leren kan de 21ste eeuw campus gebruikt worden door onderwijsmakers & beleidsmakers | docenten | ICT-ers die zich bezig houden met het bouwen met het inrichten en bouwen van digitale leeromgevingen.
De 21ste eeuw campus
De symbolen die horen bij de 21ste eeuw campus

Lees verder:

Technologie en het onderwijs

Ik was gisteren op het Nationaal Congres Onderwijs Social Media in Eye in Amsterdam en meteen bij de keynote werd al duidelijk dat het nu belangrijker wordt om door te gaan met breder te kijken wat de betekenis is en wordt van technologie en onderwijs om die ‘stratosferische hoogten’ (Fullan 2013) te kunnen bereiken.
Ik zou daarbij zelf graag een koppeling zien tussen het pedagogisch gedachtegoed van Gert Biesta (2012) waarbij we een onderscheid maken of de technologie ondersteunend is aan de drie dimensies of functies van het onderwijs nl
– het kwalificerende gedeelte uit het curriculum, (kennis/houding/vaardigheden) of ondersteunend aan de
– socialisatie (cultuur/tradities/waarden en normen) en waar het de
– subjectwording (persoonsvorming) kan dienen.
Fundamentele vragen als waarom, voor wie en waarom op deze manier en met welk motief zijn essentiele vragen die bij kunnen dragen aan wat we allemaal willen: GOED onderwijs (Biesta 2012). Daarna volgt wat mij betreft de inpassing van technologie. Ook mijn onderwijsmotto is immers: eerst het onderwijsdoel en dan pas de tool.

Ik vind het altijd fijn na zo’n dag dat ik met het gevoel weg ga dat ik weer ‘landelijk’ bijgepraat ben!
Goed om te merken dat het nu gaat om de betekenis van technologie in het onderwijs, beyond social media. Hoe handelingsbekwaam zijn wij eigenlijk als het gaat om BYOD, oftewel studenten ‘Bring Your Own Device’ en laten we samen onderwijs maken.
De keynote van Helen Keegan vond ik geweldig; zij pleit voor RISKTAKING in het curriculum door veel games (lees simulatie) in te voeren. Dat kan een nieuwsgierige, uitdagende, proactieve houding veroorzaken. Een geniaal ideetje van haar hand; stop een verborgen boodschap in een van de video’s die bedoeld zijn voor je lessen en kijk eens wat er gebeurt 😉 een superleuk didactisch principe wat ik graag zou willen koppelen aan een beroepssituatie.

Van MOOC naar ik OOC 😉
Dr. Rutger de Graaf van UvA heeft uitgebreid geexperimenteerd met MOOC’s. 8 weken open zetten, 70.000 gratis inschrijven, social media als facebook en twitter laten meelopen, 8 studenten begeleiden in google-hangout, en een essay was de eindopdracht met certificaat als bewijs van deelname. Wat ik nou vergeten ben te vragen (ik had er al zoveel) is hoe ze dit hebben nagekeken en de docentbelasting hierbij.

In een door de universiteit betaalde, bestaande virtuele leeromgeving Udacity, Coursera en Edx zijn de drie grootste (maar met Amerikaanse wetgeving wat betekent dat Iraanse studenten bv NIET mee mogen doen!!) werd de mooc aangeboden.
Het doel was om te onderzoeken of er een kwaliteitsslag gemaakt kan worden in kennisdeling, de valorisatie van de wetenschap, een kweekvijver voor innovatie, maar ook vraagtekens hebben bij de bestaande hoorcolleges. Verder was het van belang te kijken naar de intrinsieke gemotiveerdheid van de student. Branding en naamsbekendheid speelde ook een rol, kwamen er na de mooc (die ook als het aanboren van voorkennis kon dienen) werkelijk internationale aanmeldingen binnen?

De inhoud om een mooc te maken vergt tijd en aandacht. Filmpjes van 3 min zijn de max, je (internationale) copyright moet overal op en in vermeld staan, grafisch zul je het een en ander moeten uitbesteden en alles moet je ondertitelen, wat je uiteraard wel weer als tekstbestand kunt aanbieden. Qua inhoud goed om cultuurverschillen mee te nemen voor je een onbedoelde racistische grap op grol uithaalt.

Enfin, er hebben 8 wkn lang 13 mensen (geen fte) aan gewerkt en Dr Rutger de Graaf raad het af.
Hij gaat voor OOC, een online-open-course. Democratisch onderwijs, open omdat het voor iedereen toegankelijk is.
Of eigenlijk liever nog een SPOC een small-private-online-course. Dat heeft direct ook mijn voorkeur om de inhoudelijke reden dat het online onderwijs is wat je kunt verweven in je curriculum.

Onderwijs en onderzoek
Na de mooc heb ik de voordelen van onderwijs en onderzoek aangehoord.
Het Instituut voor Beeld & Geluid in Hilversum stelt via hun Academia alle rechtenvrije materialen beschikbaar voor onderzoek, heel interessant!

Feestboek?
Je merkt dat veel hogescholen werken met besloten facebookgroepen. Die gebruiken wij zelf in de opleiding Pedagogiek ook vrij veel, een groep voor alle eerstejaars opgezet na een introductie kamp en verder gebruiken voor binding-bonding en plaatsen van literatuur, of een groep per module is ons niet vreemd. Maar wat ik wel opmerkelijk vond is dat de opleiding Fysiotherapie van de HAN hierdoor van de laatste naar de tweede plaats ging? Geeft te denken!
Er zijn voor-en nadelen aan facebookgroepen maar wat een zaligheid dat de HAN hier een adviseur voor heeft aangesteld die docenten hierin kan scholen en begeleiden! Bekijk even de foto wat aandachtspunten kunnen zijn, gemaakt door Joost van Wijchen, opleiding Fysiotherapie HAN.

Nu ga ik even nagenieten!

20140524-142453-51893039.jpg 20140524-142548-51948580.jpg 20140524-142545-51945469.jpg 20140524-142547-51947096.jpg 20140524-142550-51950381.jpg

Lees verder:

Virtuele leeromgevingen

Vandaag hebben we een presentatie verzorgd voor studenten van de opleiding pedagogiek. We bieden de module social media aan (mediawijsheid) in 2 verschillende virtuele omgevingen. Over 10 weken hebben we de evaluaties verzameld.
Het is een experiment wat steeds blijft vragen om bijstelling. Het valt niet mee om onderwijskundig te ontwerpen voor een virtuele omgeving maar als we niet durven te beginnen kunnen we ook niet bijstellen.
De studenten zijn enthousiast, dat is super! Wordt vervolgd!

20140206-233654.jpg 20140206-233756.jpg 20140206-233740.jpg 20140206-233718.jpg

Lees verder:

Stratosphere van Michael Fullan

“Pedagogy is the driver and technology the accelerator”

Michael Fullan

Vandaag was ik op het congres in Zwolle waar Michael Fullan sprak nav zijn nieuwe boek Stratosphere, de verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde.
Hoe Fullan dit definieert is alsvolgt:

Een nieuwe manier van leren (21st century skills) kan een interessante en innovatieve aangelegenheid worden als studenten en docenten zich meer aan elkaar verbinden, ‘elegant’ efficient en makkelijk in het gebruik is, technologie 24/7 bereikbaar en het gaat om echte problemen oplossen.

De veranderende rol van de docent:

Als studenten en docenten dan pedagogische partners voelen kan de docent optreden als ‘facilitator’ en ‘activator’.
Als facilitator: door simulatie en gaming, in smallere klassen, bij probleemgestuurd learning, webbased en inductive teaching.
Als activator: de student zelf laten verwoorden, aanspreken meta-cognitie en uiteraard…feedback!!

Fullan toonde leuke videofragmenten van scholen in Canada waarbij het management, teachers en stdenten samen als groep op weg zijn om te leren. De 21 st century skills werden hierbij steeds genoemd als er opdrachten werden uitgevoerd. Hiervoor werd het ‘digital rich learning framework without limits’ gebruikt.

Verder is Fullan ervan overtuigd dat we onze bestaande kennis op een andere manier moeten leren gebruiken en leren toe te passen. We hebben als onderwijsmakers elkaar daarbij nodig en gebruiken hiervoor ons professionele, menselijke en sociale kapitaal.

Een uitspraak van Fullan die ik herhaaldelijk hoorde en wat me zeer aanspreekt: ‘use the group to change the group’
En daarom kocht ik oon het 21st century skills spel en het tweet discussiespel! Ik kijk er naar met wie dit maar wil te spelen 🙂

20131202-201953.jpg 20131202-202357.jpg 20131202-202132.jpg 20131202-202037.jpg 20131202-202012.jpg

Lees verder:

Onderwijs ontwerp, 21st century skills

Een duidelijke uitleg waar rekening mee te houden bij je onderwijsontwerp.

Lees verder:

Onderwijskundig ontwerpen

Als ik mijn eigen aanpak en werkwijze op een rijtje zet dan ontwerp ik op de volgende wijze:

1. Wie heb ik voor me? Wat weet ik van deze doelgroep? Waar moet de taak toe leiden?
2. Zijn er competenties/ vastgestelde doelen die behaald moeten worden?
3. Afgestemd op de leerdoelen/ leerlijnen, wat zou dan de toets moeten zijn? Afgestemd op wat de praktijk wil?
4. Welke associaties/ ideeen/ gekkigheid/ werkvormen vallen mij in en waar krijg ik direct energie van?
5. Dan zoek ik brainstormpartners, maak ik de toets en controleer deze op de leerdoelen.
6. En tegenwoordig probeer ik te zoeken naar blended learning vormen, waarvan ik probeer mee te nemen dat het een activerende vorm is en het liefst ‘iets met samen kennis construeren’

In mijn achterhoofd zitten de 21st century skills die een rondje met vragen in mijn hoofd beantwoorden: is er een probleempje op te lossen? Spreekt het metacognitie aan? Kan er kritisch over gedebatteert worden? Nodigt het uit voor een creatieve oplossing?

Enfin, veel modellen gaan uit van een gestructureerde ‘alles op logische volgorde aanpak’. Ik ben van mening dat alles ook door elkaar kan, mits je basisrandvoorwaarden altijd daarna controleert.
Met basisrandvoorwaarden bedoel ik:
– ontwerpen voor de juiste doelgroep, je competenties, je competenties/ leerdoelen afgestemd op de toetsing en de ‘plaats’ waar de module/ workshop/ training/ event thuishoort.

En heel soms…heb je een leuk idee voor een workshop/ oefening en ga je dat gewoon doen om er dan later achter te komen hoeveel er formeel of informeel mee geleerd is 😉

Als ik ontwerp vanuit werkvormen of tools die te maken hebben met vormen van blended learning of digitale didactiek gebruik ik voor inspiratie vaak:

Www. Boektweepuntnul.nl, of
http://learn.openscout.net/tools.html
Www.leraar24.nl

Na de uitvoering van een module/ workshop/ training is het belangrijk te evalueren. Het liefst schriftelijk en mondeling.

Lees verder:

Stand van zaken Tools

Wat een nieuwe wereld kan er open gaan als je een HomoZappiens cursus volgt. Als ik zo terug kijk ben ik bezig aardig wat programma’s onder de knie te krijgen zoals het werken met Flickr, Picasa, Ning, YouTube, Blogspot en dan ben ik er vast nog wat vergeten. Dit zijn in elk geval de gereedschappen die ik nu gebruik. Allemaal in het kader van het onderwijs waarbij nog steeds heftig wordt nagedacht over hoe ik de aankomende generatie beter kan bedienen in het kader van leren op het gebied van informatie opnemen, verwerken, delen, toepassen, herontwerpen enz.
Geleerd dat studenten weinig tot geen uitleg hoeven over de programma’s, docenten is soms een ander verhaal.
Geleerd dat een Ning beheren ook best spannend is en wel eens de bloeddruk doet stijgen 🙂

Ik ga vanaf februari kijken hoe het werken met Picasaweb bevalt. Studenten gaan Delfshaven in met een opdracht en dan foto’s maken, uploaden, becommentarieren en een advies formuleren. Ik hoop dat iemand van de deelgemeente beschikbaar is om alles in ontvangst te nemen.

Al 10 dagen niet gerookt!

Lees verder:

NING

Dinsdagmorgen een workshop georganiseerd voor collega’s met mmv Willem van Ravenstein, www.wiswijzer.nl over het gebruik van een ning.

Dat betekent dat in het nieuwe jaar 160 studenten uit het eerste jaar hebben kennis gemaakt met ning en hun filmpjes en foto’s voor elkaar te zien zijn en niet alleen in de klas.

Echt heel leuk, nog leuker zou het zijn als die filmpjes ook de de vakspecialisten uit de praktijk bekeken worden. Zij zijn uiteindelijk te zien omdat studenten met hen als vakspecialist een interview gaan afnemen. Ik ben hardstikke benieuwd.

Eind januari 2009 moet er een nieuwe module klaar zijn, ben druk aan het nadenken over leerdoelen, goede inhoud, theorie en toets maar wat al zeker is, is dat studenten de stad in gaan met fototoestellen en dat er iets te zien zal zijn op Picasaweb…zodat studenten daarna kennis met elkaar kunnen delen, tijd- en plaatsongebonden.

Lees verder: